Op het schilderij staat een engel met een vurig zwaard, omringd door weelderig groen. In de takken zit een paradijsvogel. Tussen de bladeren is een vrucht te zien. Op de grond kruipt een slang op zijn buik. De engel met het vurige zwaard geeft de scène een krachtige en waarschuwende uitstraling.
De engel stelt de aartsengel Michaël voor met een vurig zwaard. Hij bewaakt de Boom des Levens in het paradijs, zodat de mens na de zondeval niet eeuwig in een zondige staat kan blijven leven. De engel heeft een bijna medelijdende blik en staat niet in een aanvallende houding. Hij heft zijn zwaard op als bescherming van de Boom des Levens, niet om te vechten. Onderaan kruipt de slang op zijn buik, als straf voor zijn rol bij de verleiding van de mens. De slang spert zijn bek open uit woede, wat het contrast benadrukt tussen het kwaad dat hij vertegenwoordigt en de beschermende taak van de engel.



